lezersomarmartha

22-04-18

Hitlers vrouwen - Eva Braun (1)

Uit "Hitlers Frauen" van Guido Knopp (2001)

Eva schommelde heen en weer tussen diepe trots - 'Ik de geliefde van de grootste man van Duitsland en de hele aarde' (...) - en diepe wanhoop: 'Ik ben toch maar een gevangene in een gouden kooi.'

Maar toen had de dictator haar al naar de Obersalzberg gehaald. Slechts een korte gang scheidde de twee slaapkamers van elkaar. 'Zeer intelligente mensen moeten een primitieve en domme vrouw nemen,' zei Hitler tegen Albert Speer. Zijn vriendin Eva Braun stond zwijgend bij hen. Hij noemde haar Tschapperl (domoor, naïeveling), zij moest hem in het bijzijn van anderen aanspreken met 'Mein Führer'. Wanneer buitenlandse gasten naar de Berghof kwamen, moest zij in haar kamer blijven. Om het gecreëerde beeld van een aan alle aardse verleidingen onttrokken Führer niet te beschadigen moest ook de niet-geliefde geliefde een verborgen leven leiden. Ze kreeg een huis, dure kleren, auto's en Franse parfum - maar geen trouwring. Zij verlangde er echter met haar hele hart naar 'mevrouw Hitler' te worden.
In de privé-wereld van Hitler was het taboe om over oorlog of volkerenmoord te praten. Eva Braun was onderdeel van dit schijnparadijs dat zij machteloos in stand moest helpen houden. Daarbij werd zij geholpen door een groot verdringingsmechanisme.
Pas in het aangezicht van de ondergang merkte Eva Braun dat ze de rol kon vervullen waar zij zo lang naar verlangd had: 'Arme Adolf, ze hebben jou allemaal in de steek gelaten!' Ze bleef echter bij hem en werd mevrouw Hitler. Ze heeft geen moment geaarzeld om samen met haar 'echtgenoot' zelfmoord te plegen. Zo kon ze in ieder geval door de dood de betekenis krijgen waar zij haar hele leven van verstoken was gebleven.


20:00 Gepost door omar | Permalink | Tags: eva braun, frau hitler, gevangene, kooi, zelfmoord, primitief, dom

20-04-18

Leven en lot - Vasili Grossman (5)

Hier stond ze dan, een oude vrouw, die leefde en wachtte op het goede en bleef geloven, die bang was voor het kwaad en vol zorg om de levenden, die geen onderscheid maakte tussen de levenden en de doden; hier stond ze en keek naar de ruïne van haar huis en bewonderde de lentehemel zonder zelfs maar te weten dat ze hem bewonderde, hier stond ze en vroeg zich af waarom de toekomst van de mensen van wie ze hield zo vaag was en waarom ze zoveel vergissingen gemaakt hadden in hun leven; en ze merkte niet dat in die onduidelijkheid, in die nevel, dat verdriet en die verwarring ook een antwoord lag, en duidelijkheid, en hoop, en dat ze wist en met haar hele ziel begreep wat de zin was van het leven dat haar en haar dierbaren ten deel gevallen was; ze merkte niet dat hoewel noch zijzelf noch een van hen kon zeggen wat hun te wachten stond, en hoewel ze wisten dat een mens in verschrikkelijke tijden niet langer de schepper is van zijn eigen geluk en dat het aan het wereldnoodlot is om een mens te begenadigen of te straffen, tot roem te verheffen of in ellende te storten en tot kampstof te maken, het wereldnoodlot, de geschiedenis, de toorn van de staat, de roem of de schande van de strijd toch niet bij machte waren degenen te veranderen die zich mensen noemden: wat hun ook wachtte - roem voor hun werk of eenzaamheid, de wanhoop en armoede, het kamp en de doodstraf - zij zouden leven als mensen en sterven als mensen, zoals degenen die waren omgekomen erin geslaagd waren te sterven als mensen; en daarin lag de eeuwige, bittere overwinning van de mens op al het grootse en onmenselijke dat er op de wereld was en zal zijn, dat komt en gaat.

18-04-18

Leven en lot - Vasili Grossman (4)

Waarvoor had hij die verschrikkelijke zonde begaan? Alles in de wereld was nietig in vergelijking met wat hij had verloren. Alles was nietig in vergelijking met de waarheid, de zuiverheid van één onbeduidend mens: zelfs het rijk dat zich uitstrekte van de Stille Oceaan tot de Zwarte Zee, zelfs de wetenschap.
Opeens zag hij helder in dat het nog niet te laat was, dat hij nog steeds de kracht had om zijn hoofd op te heffen, de zoon van zijn moeder te blijven. Hij zou geen troost of rechtvaardiging zoeken. Hij zou zichzelf die slechte, verachtelijke, lage daad altijd, zijn leven lang blijven verwijten: dag en nacht zou hij zijn eigen lafheid voor ogen houden. Nee, nee, nee! Hij moest niet naar heldendaden streven om zich vervolgens op de borst te kloppen.
Hij moest elke dag, elk uur, jaar in jaar uit, vechten voor het recht een mens te zijn, goed en zuiver te zijn. En er mocht geen hoogmoed of ijdelheid achter die strijd liggen, alleen deemoed. En als er een uitzichtloos moment kwam, in een verschrikkelijke tijd, mocht hij als mens niet bang zijn voor de dood, mocht hij nergens bang voor zijn als hij een mens wilde blijven.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende