lezersomarmartha

18-01-18

De Jodenjagers van de Vlaamse SS

Uit 'De Jodenjagers van de Vlaamse SS' (Lieven SAERENS)

In het kader van de zogenaamde operatie Iltis werd in september 1943 ook de jacht op de Joden van Belgische nationaliteit ingezet. In Antwerpen werd in de nacht van 3 op 4 september een 225-tal Joden aangehouden. Zoals steeds werd een aantal Antwerpse vervoerfirma's door de Duitsers 'opgeëist'. De eerste vrachtwagen vertrok op 4 september met 80 slachtoffers en leverde hen 'zonder verdere incidenten' in Mechelen af. De tweede vrachtwagen, die eveneens op dezelfde dag vertrok, bestond uit een tractor en een aanhangwagen. Het transport ging de geschiedenis in als 'le camion de la mort'. Op bevel van SS-Untersturmführer Ernst Laïs werden er niet minder dan 145 slachtoffers letterlijk op elkaar geperst. De laadruimte werd potdicht afgesloten. Plaats om te ademen, laat staan om ook maar een vin te verroeren, was er nauwelijks. In de tractor namen de bestuurder en de Jodenjager-SS'er Paul Martens plaats. Dolmetscher Luc Remacle nam plaats in de cabine van de aanhangwagen. Nel als Martens was hij gewapend met een mitraillette. Alhoewel Martens in de aanhangwagen een 'sterke gaslucht' had waargenomen, vertrok de vrachtwagen bijna onmiddellijk.

Om de een of andere reden werd een omweg langs Wezemaal gemaakt. Aangezien de wagen overbelast was, werd in de omgeving van Wezemaal halt gehouden en contact opgenomen met Sipo-SD in Antwerpen met de vraag om een tweede vrachtwagen in te zetten, wat naar verluidt werd geweigerd. Intussen bleef het gebonk en geroep van de slachtoffers, die steeds meer gebrek aan lucht hadden, aanhouden. Het maakte echter totaal geen indruk op de begeleiders. Na een reis van meer dan twee uur bereikte de vrachtwagen de Mechelse Dossin-kazerne. Bij aankomst was de balans zwaar: negen doden door gasverstikking. De overlevenden konden nog nauwelijks of niet op hun benen staan. Veertien werden er afgevoerd naar een ziekenhuis in Mechelen. De confrontatie met één van de doden, aldus de naoorlogse verklaring van de bestuurder, liet Luc Remacle totaal onberoerd: 'Een minder waarvoor moet gezorgd worden,' luidde zijn commentaar.
 

De commentaren zijn gesloten.